Onlangs gaf ik een presentatie voor een nieuwe organisatie die zich bezighoud met het onderzoeken en uitzetten van strategieën voor stedenbouwkundige vraagstukken. De organisatie bestaat uit een tiental zelfstandige professionals die door een vrijwillig uitgevoerd project bij elkaar zijn gekomen. De onconventionele wijze waarop dat project werd uitgevoerd heeft geleid tot vele nieuwe inzichten en een goed resultaat. Zo goed dat deze groep mensen heeft besloten om samen verder te gaan. De vraag is dan, hoe?

Werkend Nederland heeft het over HNW (het nieuwe werken), waar techniek, vrijheid, flexibiliteit, persoonlijke waarde en zelfsturing onderdeel zijn van de innovaties op dit gebied. Maar hoe zit het met het onderwijs. Hoe vernieuwend is het onderwijs op het gebied van het nieuwe werken, of beter gezegd, het nieuwe leren?
Onderwijs bereidt de jeugd voor op de maatschappij en arbeidsmarkt. En die maatschappij en arbeidsmarkt zijn ingrijpend aan het veranderen. Veranderingen door de aanwezigheid van sociale netwerken, mensen die aan Personal Branding doen, zelfstandig professionals waarvan sommige aan waardebepaling achteraf doen en vele andere ontwikkelingen die grote invloed hebben op de wijze waarop mensen leren en werken. En hoewel ik mij geen zorgen maak dat de jeugd van nu deze mogelijkheden zal gaan inzetten bij het vinden van een baan of klanten, zou het mooi zijn als je deze ontwikkelingen zou terugzien in het onderwijs. Te beginnen bij het basisonderwijs.

(foto: djcodrin / FreeDigitalPhotos.net)
‘Het nieuwe werken’ is een term die gebruikt wordt voor allerlei vormen van ‘anders’ werken. Er is geen eenduidige definitie, maar wel een groeiende groep mensen die zich er mee bezig houdt. Voor sommigen heeft HNW met name te maken met flexibiliteit in locatie. Thuiswerken, om zo de files te vermijden of om een rustige werkplek te hebben. Maar ook zijn er steeds meer bedrijven en instellingen met flexibele werkplekken op kantoor, waardoor er minder vaste werkplekken nodig zijn en een deel van de vierkante meters kantooroppervlak op een leukere en efficiëntere manier kan worden ingezet. Ook denken veel mensen aan flexibiliteit in werktijden, waardoor ochtendmensen en avondmensen kunnen werken op tijdstippen waarop zij optimaal functioneren. Voor de meesten is, in navolging van David Allen, efficiënt en tegelijkertijd leuk werken de belangrijkste pijler onder HNW.
Dit is ook de groep mensen die HNW het liefst vertaald zien naar meer vrijheid. Vrijheid in locatie, tijdstip, werkwijze, hulpmiddelen en natuurlijk ook de totale tijdsbesteding. Mensen die beoordeeld willen worden op waarde en niet op het aantal uur dat ze werken. Met name deze laatste vind ik persoonlijk een van de meest interessante ontwikkelingen.

