Vertrouwen moet je verdienen. Of niet?

In een onlangs gepubliceerd nieuwsbericht staat dat 6 op de 10 nederlanders niet wordt vertrouwd. Dit op basis van een onderzoek van Winkle. Op zich is dat niet schokkend. Stel dat je hoort dat je opa, die vroeger allerlei nare dingen in de oorlog heeft meegemaakt en nu ook al af en toe vergeet dat je de vader van zijn achterkleinkinderen bent, 6 van de 10 nederlanders niet vertrouwd, dat zul je daar hooguit om glimlachen. 75% van de nederlanders heeft geen vertrouwen in de politiek. Ook niet erg, want de politiek heeft daar geen last van. ‘De politiek’ zijn namelijk zoveel mensen bij elkaar dat je die niet allemaal kan vertrouwen of wantrouwen. Maar 30% van de mensen vertrouwt zijn of haar familie niet en 16% zijn of haar partner. Dat is toch weer droeviger.
Maar hoe kan het nu dat wij met ons allen zo weinig vertrouwen in elkaar hebben? Is ons vertrouwen dan zo vaak en zo ernstig beschaamd. En als vertrouwen kan worden beschaamd, dan zal er dus ook een bepaalde verwachting moeten zijn waarbinnen dit vertrouwen niet wordt beschaamd. Bij partners kan ik mij hier nog enige voorstelling bij maken, maar mijn verwachtingen ten aanzien van de politiek heb ik nog nooit zo helder uitgedacht dat ik alle individuele politici daaraan kan toetsen. Dat lukt me niet eens met mijn familie. Laat staan van 6 op de 10 nederlanders, want dan heb je het over miljoenen mensen.

Als je het hebt over het verliezen van vertrouwen, dan impliceert dat, dat je het dus zou moeten verdienen. Maar hoe verdien je eigenlijk vertrouwen? Wanneer vertrouw ik bijvoorbeeld mijn partner? Als ze:

  1. Helemaal nooit naar andere mannen kijkt
  2. Maximaal 1 x per week naar andere mannen kijkt
  3. Als ze maximaal 1 x per dag naar andere mannen kijkt
  4. Als ze niet meer dan 20 seconden per keer naar een andere man kijkt
  5. Als ze 3 jaar niet vreemd is gegaan
  6. Als ze nooit vreemd is gegaan
  7. Dat ze altijd van mij zal houden
  8. Dat ze nu van mij houdt
  9. Dat ze altijd eerlijk is
  10. Dat ze oprecht is over haar gevoelens voor mij

Vooral 6 is lastig, aangezien ik dat pas over pakweg een jaar of 40 zou kunnen weten. En dan nog weet ik het nooit helemaal zeker. Dat geldt overigens voor het hele rijtje en alles wat je daar nog achteraan kunt bedenken. Als je vind dat iemand vertrouwen moet verdienen, leef je dan niet constant in onzekerheid? Kun je eigenlijk wel voor 100% op iemand anders vertrouwen of geldt dat alleen voor jezelf? Moeten we het hebben over vertrouwen, of over zelfvertrouwen?

Ik wil niet in onzekerheid leven als het gaat over mijn partner, vrienden, familie, zakelijke contacten, leveranciers. Sterker nog, ik kies er liever bewust voor om deze mensen allemaal te vertrouwen, terwijl ik zeker weet dat dit vertrouwen af en toe een deuk zal gaan oplopen. Daarnaast probeer ik realistisch te zijn in waarop ik dan kan vertrouwen. Het leven zit vol met risico’s en ik loop elke minuut het risico dat dingen niet gaan zoals ik zou willen dat ze gaan. Dat heeft niets met vertrouwen te maken. Dat iemand keuzes maakt die ik niet leuk vind, betekent nog niet dat ik diegene niet kan vertrouwen.

Mijn ideale ‘regels’ voor vertrouwen zien er ongeveer zo uit:

  • Ik schenk mijn partner mijn vertrouwen ze oprecht is over haar gevoelens voor mij.
  • Ik schenk mijn kinderen mijn vertrouwen dat ze altijd van me zullen houden.
  • Ik schenk mijn vrienden mijn vertrouwen dat ze oprecht zijn.
  • Ik schenk mijn zakelijke contacten mijn vertrouwen dat ze niet alleen aan hun eigen belang denken.
  • Ik schenk mijn leveranciers mijn vertrouwen dat ze hun afspraken zullen nakomen.


Het is mijn vertrouwen en ik kan dat schenken aan iedereen. Niet omdat ze hebben bewezen dat ze het waard zijn, maar omdat ik vind dat ze het waard zijn. Omdat, wanneer iemand eens een keer mijn vertrouwen beschaamt, ik eigenlijk niets verlies, terwijl ik oneindig veel terugkrijg voor het vertrouwen wat ik in anderen heb. Ik schenk vertrouwen omdat ik er simpelweg gelukkiger van wordt.

Blog comments powered by Disqus